Archief
Deelgebieden
Welsprekendheid
Om dieper in te gaan op het hoe en wat van het schrijven, organiseert Studentenhuis Leidenhoven een serie lezingen over dit onderwerp. In de lezingen wordt ingegaan op de retorica in geschreven teksten en op het schrijven van teksten voor een website, gericht op verschillende doelgroepen. De interactieve lezingen worden verzorgd door Prof. dr J.A.E. Bons, hoogleraar retorica aan de UvA, en Jim Schilder, chef redactie van HP/De Tijd. Door een praktische oefening is er mogelijkheid voor feedback om de opgedane kennis in de praktijk te bestendigen. Naast interessant zijn deze lezingen ook relevant voor iedereen die voor studie of werk regelmatig moet schrijven voor diverse media. Ook vormen de lezingen de opmaat naar een nieuw project om breder gebruik te maken van het aanwezige schrijftalent in en om Leidenhoven. Data: Prof. dr. J.A.E. Bons: donderdag 19 februari 2009, begin 19.15, inloop 19.00: Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven. Retorische dimensies van geschreven teksten. Jim Schilder, chef redactie HP/de Tijd: donderdag 26 februari 2009 en donderdag 12 maart, begin 19.15, inloop 19.00: Simpel schrijven voor een website. Als je interesse hebt, graag van tevoren aanmelden via This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it of telefonisch 020-6165846. |
Inhoud van de lezingen 7 mei 2008. Jim Schilder, Media en publieke opinie - wie beïnvloedt wie? Misschien is het u niet zo opgevallen, maar sinds enige tijd krijgen 'de media' er regelmatig van langs. Omdat ze hypes creëren. Omdat ze hijgerig berichten over kleine kwesties. Omdat ze achter de waan van de dag aanhollen. Omdat ze de gewone man en diens onderbuik niet serieus nemen. Of omdat ze die gewone man juist te serieus nemen. Omdat ze te veel belangstelling hebben voor het privéleven van BN'ers. Klopt dat beeld? En zo ja, is dat de schuld van de media? 14 mei 2008. Maarten Huygen, De verguisde media. Kritiek op media is een wereldwijde trend. In oorlogsgebieden sneuvelen steeds meer journalisten, in democratische landen ondervindt de pers meer beperkingen. Journalisten maken ook fouten, al komen ze niet vaker voor dan vroeger. Net als 'de politiek' dienen 'de media' als zondebok voor allerlei ongewenste maatschappelijke verschijnselen. Tegelijkertijd moeten veel journalisten zich aanpassen aan afnemende belangstelling voor feiten die niet direct bruikbaar of amusant zijn, hetgeen de media niet in achting doet stijgen. De media krijgen concurrentie van belangengroepen die betalen voor het gratis adverteren van hun standpunten. Alleen een beperkte elite blijft zich nog laven aan onafhankelijke informatie. 21 mei 2008. Diederik Boomsma en Bart Jan Spruyt, Politiek correct, of bedroevend slecht? Onlangs maakte de NPO bekend dat het in november vorig jaar aangekondigde onderzoek naar de linksheid van de media niet doorgaat. Nu is het bekend dat de meeste Nederlandse presentatoren en redacteuren links stemmen. Maakt dat uit? Worden de Nederlandse media per saldo nog steeds bedekt door de zware deken van links-liberale progressieve consensus? Of kunnen we eerder spreken van een algemene teloorgang aan kwaliteit en een groeiende banaliteit - omdat gemakszuchtige verstrooiing en vermaak een steeds belangrijkere positie zijn gaan innemen?
Nabeschouwing op de lezingenreeks “Fundamenten voor Kennis en Moraal; inzichten van de klassieke oudheid voor de wereld van nu” 2007 Inleiding op 7 maart 2007 4 april 2007 Homeros’ Ilias Prof. Bons ging in deze lezing in op de ontstaansgeschiedenis van Homerus’ Ilias. Het boek zoals we dat kennen is opgetekend uit een orale traditie. De Ilias werd mondeling en uit het hoofd voorgedragen door zgn. rapsoden op verzoek van de Griekse vorstenhoven. Dit kunnen we zien aan het feit dat de Ilias taalkundig niet homogeen is en dat er verschillende dialecten in zijn aan te treffen. Bovendien is het verhaal van de Ilias niet volledig consistent. Daarom laat Homerus de verdenking op zich dat hij niet slechts één persoon is. Het is waarschijnlijk, dat het boek een samenstelling is van een aantal van de meest voortreffelijke vertellingen van de Ilias, die op schrift is gesteld ten behoeve van jurering van een rapsodenwedstrijd in het vroege Athene. Echter blijft de ware identiteit van Homeros natuurlijk een object van speculatie. Daarnaast heeft Prof. Bons het gehad over de manier waarop de Ilias door het Helleense publiek gelezen werd als voorbeeld van de deugd. De Ilias is in de geschiedenis veelvuldig gebruikt als Aristocratische pedagogie over heldenmoed, slimheid, kracht en vroomheid. Maar werden ook de zonden van de Homerische helden als voorbeeld gezien? In zijn Politeia (Boek 4) schrijft Plato dat alleen die Homerische heldendaden, die aansluiten bij de kardinale deugden van verstandigheid, dapperheid, zelfbeheersing en rechtschapenheid aan de jeugd moeten worden onderwezen. Interessant is, dat dit nog even geldig is voor onze eigen tijd. 2 mei Sophocles’ Oedipus Tyrannus De Oedipus Tyrannus van Sophocles is een van beste voorbeelden van een klassieke tragedie. In de Poetica schrijft Aristoteles zelfs dat de Oeidipus hét schoolvoorbeeld is van hoe een tragedie in elkaar moet zitten. Het verhaal is als volgt. In zijn vroege jeugd wordt door de blinde ziener Teiresias voorspeld dat Oeidipus zijn vader ooit zal doden en zal trouwen met zijn moeder. Geschrokken van dit vreselijke toekomstperspectief, leggen zijn ouders hem te vondeling. Hij groeit op bij koning Polybius van Corinthe en groeit uit tot een groot man. Hij lost het raadsel van de Sphinx op en wordt koning van Thebe. Maar het noodlot ontloopt hij niet: Oedipus komt er stap voor stap achter, dat hij in onwetendheid toch zijn vader vermoord heeft en met zijn moeder is getrouwd. Als hij hierachter komt, steekt de ellendige in een vlaag van verstandsverbijstering zijn ogen uit. Hij wordt uit Thebe verbannen. De klassieke tragedie heeft als basismotief, dat iemand meent de waarheid in pacht te hebben over hoe het leven in elkaar steekt, maar uiteindelijk aan het kortste eind trekt. Het Griekse woord hiervoor is harmartia, ofwel ‘fatale vergissing’. Koning Oedipus’ vergissing is dat hij meent de voorspelling van het noodlot te kunnen ontlopen. Deze overmoed (hubris) wordt genadeloos afgestraft. De ommekeer ofwel peripeteia van een tragedie komt wanneer het lot de overmoedige protagonist inhaalt en deze inziet wat hij fout heeft gedaan. Hierbij is het interessant op te merken, dat wanneer Oedipus inziet hoe tragisch hij heeft gefaald, hij zijn ogen uitsteekt. Hij verliest hiermee weliswaar zijn aardse zicht op de dingen, maar ruilt dit in voor een in-zicht in de onontkoombare werkingen van het noodlot. Het is immers niet voor niets, dat de voorspelling van het noodlot door een blinde ziener werd gedaan! De tragedie gaat over klassieke helden, maar het doel van een tragedie is dat wij ons allemaal met de held kunnen identificeren. Oedipus is als tiran van Thebe natuurlijk larger than life, maar nog niet zodanig van ons verwijderd dat hij een god is. Iedereen is immers feilbaar en door Oedipus’ feilbaarheid realiseren we ons dat wat hem overkomt, ons ook kan overkomen! Als Oedipus zich realiseert dat hij het noodlot niet kan overkomen, zet dat ons te denken over ons eigen noodlot. Volgens Aristoteles levert dit een loutering ofwel katharsis op van de latente emoties en angsten van het publiek. Tijdens de opvoering van de tragedie komen we meer en meer te staan in de schoenen van Oedipus, waardoor zijn lijden ook ons lijden wordt en zijn inzicht ook het onze. 6 juni Plato’s Symposium Door B. Fleuren en W. Veth
|