Archief
Deelgebieden
Filosofie
Lezing door Prof. dr J.A.E. Bons in Leidenhoven op 24 februari 2010 door onze redactie Het is half acht en er worden in de nieuw ingerichte zitkamer van Leidenhoven stoelen geschoven voor een paar extra gasten. Vanavond is de aftrap van een lezingencyclus over een belangrijk thema: Europa als cultuurideaal en wat dat voor ons betekent. Prof. dr J.A.E. Bons opent de lezing met een referentie naar een actueel onderwerp: verkiezingscampagnes. De behandeling van ‘Europa’ in de partijprogramma’s van verschillende partijen is bedroevend. ‘Europa’ lijkt ontleend aan een economische en politieke wil zonder vermelding van wortels of wijdere verlangens. Ook tijdens colleges constateert hij dat men het culturele erfgoed van Europa niet meer als bekend mag veronderstellen. Dit heeft hem een aantal jaar geleden ertoe gebracht materiaal te verzamelen rond dit thema, en daar is deze lezing uit voortgekomen.In de preambule van de Europese grondwet wordt een tekst van Thucydides aangehaald, de rede van Pericles bij de begrafenis van de eerste Atheners die gesneuveld zijn in de oorlog met Sparta. (De volledige tekst is gelijktijdig met de publicatie van de constitutie door Bons in het Nederlands vertaald:Thucydides, De laatste eer. Pericles’ grafrede, Historische Uitgeverij, Groningen 2005). De aangehaalde tekst luidt: “Our system of government... is called a democracy because power is in the hands not of a minority but of the whole people.” Het belangrijkste van deze tekst is het deel dat in de preambule van de Europese grondwet is weggelaten: “Our system of government does not copy the institutions of our neighbours. It is more the case of our being a model to others, than of our imitating anyone else. Our constitution is called a democracy because power is in the hands not of a minority but of the whole people.” In de weggelaten zin wordt Athene als een voorbeeld voor anderen voorgesteld. Is dit zwijgen in wat de Europese constitutie moest worden een teken dat Europa haar zelfvertrouwen kwijt raakt? Bons wil in deze reeks lezingen stilstaan bij Europa als cultuurideaal, en niet primair als politieke of geografische eenheid. Hij kondigt aan dat zijn aandacht geleidelijk naar de Latijnse traditie van West-Europa en naar Byzantium en het centraal-europese gebied zal verschuiven. Het woord cultuur is een agrarische term; als werkwoord geeft het een activiteit aan en het resultaat van deze activiteit. Europa als concept voor cultuur kan op twee manieren geïnterpreteerd worden: met betrekking tot het individu (iemands cultuur) of met betrekking tot de samenleving. Wellicht dat hoe minder men de eigen cultuur kent, hoe meer men geneigd is om steeds van culturen, in het meervoud, te spreken. Het woord Europa schijnt een Semitische achtergrond te hebben, en betekent zoiets als “zonsondergang” of “Westen”. Daar is de term Avondland aan verwant. In de Griekse literatuur was Europa steeds een geografisch begrip. Hesiodos’ Theogonie (het ontstaan van de goden) uit de achtste eeuw is de oudste tekst waar we het woord tegenkomen. Europa verschijnt altijd in combinatie met het begrip Azië; kennelijk heeft het ontstaan van het begrip iets te maken met het verschil met Azië. Europa betekende voor de Grieken altijd Hellas (de Griekse wereld) en de bekende wereld ten Westen daarvan. De Griekse geschiedschrijver Herodotus noemt Europa in de context van de Griekse oorlog met Perzië. De Perzische sjah Xerxes legt hij dit woord in de mond, zoals men wellicht uit de film 300 nog weet (dit laatste noemt Bons uiteraard niet). Hierbij moet opgemerkt worden dat Hellas geen politieke eenheid vormde, maar uit kleine onafhankelijke steden bestond. De eenheid lag in de Griekse taal, die drager is van een cultuur. De Grieken hebben de geweldige Perzische overmacht verslagen en ontlenen hieraan hun zelfvertrouwen. De zege schrijven zij aan hun hoge cultuur toe. Vanaf de vierde eeuw v.C. vinden we dan ook een uitgebreide formulering van deze cultuur in de literatuur, de kunsten en de filosofie. De oppositie met Azië blijft in de loop van de tijd bestaan maar men ziet dat eenheid en gemeenschappelijkheid tussen de Griekse staten belangrijk zijn: er is eenheid als er samenwerking tussen de onderdelen is; en dat is heel anders dan unificatie. Helena was de mooiste vrouw van Griekenland, dochter van Zeus en Leda. Door toedoen van de godin Aphrodite wordt ze verliefd op de Trojaanse prins Paris, met wie zij wegvlucht van haar echtgenoot Menelaos. Dit gaf aanleiding tot de Trojaanse Oorlog, waarvan de Illias van Homerus ons verhaalt. In zijn lofrede op Helena zei Isocrates, de leraar in de welsprekendheid, dat Troye in Azië ligt en de Trojaanse Oorlog een voorafschaduwing is van de overwinning op de Perzen. In de oppositie met Azië en de overwinning op de Perzen hebben de Grieken zichzelf ontdekt. Twee verdere contrasten zijn van belang voor een goed begrip van het concept Europa. Het eerste is de oppositie tussen vrijheid en onderwerping. De Atheense democratie stond voor de vrije mens en een vrije vorm van regering tegenover de onderwerping aan de absolute heerschappij van de Perzische koning. Het tweede is het contrast tussen de rijkdom van de Perzen en het eenvoudige Griekse bestaan. Materiële luxe stond voor zwakheid, terwijl de rijkdom van de Griekse cultuur kon bloeien dankzij het doorzettingsvermogen en de hardheid van de Griek. Hellas was een landbouwgebied dat geen bijzondere rijkdom genoot. Daarom konden de dappere Grieken het met kleine aantallen veel beter houden tegen de halfzachte, verwijfde Perzen. Bij de Grieken heerste dus een geheel andere mentaliteit. Volgens deze opvatting is de culturele rijkdom van Europa dus geworteld in de deugden van de Griekse man. Voor het ontwikkelen van deze deugden is opvoeding van het grootste belang. Isocrates heeft dan ook een invloedrijk vormingsprogramma ontwikkeld. Zijn uitgangspunt was dat het de cultuur is die de Griek maakt. De continuïteit van datgene wat we ‘Grieks’ noemen ligt in het doorgeven van die cultuur. In dat doorgeven moeten we drie aspecten onderscheiden. Het eerste is de inhoud van het vormingsprogramma, dat een goede kennis van het politieke systeem inhoudt; een gevoel voor eensgezindheid en gemeenschappelijkheid; en vertrouwen in de eigen cultuur plus de lichamelijke en geestelijke bereidheid om voor die cultuur in te staan. Ten tweede is van belang dat Isocrates de traditie als een dynamisch begrip opvat. Traditie is geen starre verzameling gewoontes die blindelings van generatie tot generatie worden doorgegeven. Voor het ontstaan van een traditie dient elke generatie zich het ontvangen erfgoed eigen te maken en zijn geldigheid te bevestigen. Dat is een gezamenlijk proces van assimileren en iets nieuws toevoegen. Ten derde heeft vorming alles te maken met het ontwikkelen van het oordeelsvermogen. Volgens Isocrates uit goed burgerschap zich in het politieke en religieuze leven, die de basis vormt voor moraliteit. Het vormingsprogramma van Isocrates geeft dan ook de inhoud en oorsprong van de zogenaamde Artes Liberales of vrije kunsten. Bijna een uur is inmiddels verstreken, maar dat is aan de gezichten niet te merken. Men luistert aandachtig. Bons gaat nu over tot de praktijk. Hij waarschuwt over wat we niet moeten doen als we het over Europa hebben. Dat is het gedachteloos identificeren van de Europese cultuur met het begrip ‘Westers’, in de zin van Europa plus Amerika want dan zijn we weer terug bij Europa als haven van materiële welstand. Niemand is gebaat bij Coca-Colonisatie. Maar ook mogen we de Europese cultuur niet verwarren met modernisme in de zin van een cocktail met de volgende ingrediënten: natuurwet, Verlichting, industriële revolutie, Romantiek. Dat zou de nadruk te veel op het individualisme leggen en op het wetenschappelijke denken als enig criterium voor zekerheid. Nee, zegt Bons, de elementaire pijlers van onze cultuur zijn twee. Enerzijds heb je de klassieke oudheid. Van de Grieken hebben we de filosofie, de retorica, de kunst (dat is, een appreciatie van de ingewikkeldheid van dingen) en de democratie gekregen. Aan de Romeinen hebben we het recht te danken en de Imperiumgedachte. Het Imperium, hoe negatief klinkend ook, het Romeinse Keizerrijk, was een manier om de vrijheden te verzekeren door de handhaving van orde en recht. Van de Romeinen hebben we ook inclusiviteit en openheid geërfd: dat is geen overname van een nieuwe cultuur, maar opname en interpretatie, waardoor de cultuur altijd een nieuwe wending krijgt. Ten tweede hebben we de Christelijke traditie. Die is ontstaan uit de Joodse traditie door vermenging met en interpretatie door de Grieks- en Romeinse cultuur. Dit leidt tot verdere onderwerpen die in deze cyclus aan bod zullen worden, zoals de Universiteit en de rol van Karel de Grote. Na de lezing doet men aan cultuur in de vorm van bier en conversatie. Nadat Bons is vertrokken blijft men nog lang over de Europese cultuur en haar verschillende vertakkingen discussiëren. Kennelijk heeft de lezing alle luisteraars geboeid. |
De volgende sessie van de leesclub zal door Prof. R.A. te Velde worden verzorgd. Prof. te Velde is hoogleraar metafysica aan de UvA en is ook verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Hij zal boek 7 uit de Politeia behandelen, over de allegorie van de grot. Deze allegorie is een samenvatting van de filosofie van Plato en is tevens het meest invloedrijke beeld uit de geschiedenis van de filosofie. De leesclub zal op donderdag 11 februari om 19.30 plaats vinden. Mee-eten om 18.30 (stipt) is mogelijk, geef het dan graag even door. |
De volgende en laatste sessie van de leesclub over de Politeia van Plato is op donderdag 22 april om 19.30 uur. Bas van Bommel, pianist en classicus, zal boek X inleiden. In dit boek komt Socrates -die Homerus en de dichters reeds lang uit zijn stad heeft verbannen- terug op twee onderwerpen die iedere mens aangaan: kunst en het lot van de ziel na de dood. Slechte imiterende kunst maakt datgene wat de onwetende massa mooi vindt. Het groottste bezwaar van Socrates tegen de dichtkunst is haar vermogen om ook goedgeaarde mensen ongunstig te beïnvloeden. Socrates vertelt hoe het lot en onze eigen keuzes ons leven bepalen. |
Na de presentatie vangt men de koninginnenacht aan. |
Binnenkort start Leidenhoven met een nieuwe leesclub! De Staat van Plato zal worden behandeld in enkele bijeenkomsten. De eerste sessie staat gepland op donderdag 2 juli om 19.30 uur. Bart Fleuren zal een algemene inleiding op het werk van Plato verzorgen en dieper ingaan op De Staat. Bart Fleuren studeerde Wijsbegeerte aan het University College Utrecht en de Universiteit van Cambridge, en studeert thans filosofie van het recht in Leiden. We verzoeken deelnemers zich van tevoren aan te melden per e-mail of telefoon. Er is in beperkte mate gelegenheid mee te eten. |
Op dinsdag 20 januari zal professor James Kennedy van de Universiteit van Amsterdam in Studentenhuis Leidenhoven een lezing geven. In deze lezing zal hij spreken over de betekenis van de jaren '60 voor Nederland. Jullie zijn allen van harte uitgenodigd om bij deze lezing aanwezig te zijn. De lezing begint om 19.15u. Vanaf 19.00u is er koffie beschikbaar. Gelieve uw komst even aan te melden via telefoonnummer 020 616 58 46. |
Op donderdag 18 december om 19.00 uur zal Prof. Kinneging een sessie leiden voor de gezamenlijke leesgroepen Das Wesen der Liebe. Deze sessie zal plaatsvinden aan de Leidse rechtenfaculteit aan de Steenschuur 25. Tevoren kan er in de omgeving gemeenschappelijk gegeten worden om 18.00 uur. Men wordt verzocht zich aan te melden. Let op: de eerdere datum, 27 november, is wegens een overvolle agenda van Prof. Kinneging komen te vervallen. Jammer, maar dit geeft meer ruimte om hoofdstuk 5 & 6 goed voor te bereiden! |
Op 25 oktober 2008 zal prof. dr. Alfred Driessen in een informele sfeer zijn afscheidsrede, getiteld In een breder perspectief, voordragen in Leidenhoven. De lezing zal om 20.00 uur beginnen. Aan belangstellenden het verzoek zich tevoren aan te melden, telefonisch (020 616 58 46) of electronisch. |
In de reeks 'Fundamenten voor kennis en moraal' spreekt Prof. J.A.E. Bons over Vergilius' Aeneis. Belangstellenden kunnen zich aanmelden via tel 020 616 58 46, of via e-mail This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it . |
Prof. J.A.E. Bons, Marcus Tullius Cicero's De Officiis
|
woensdag 6 februari 2008 Peter Koslowski, Professor of Philosophy Prof. dr. P. Koslowski (1952, Göttingen) is teaching philosophy at the Vrije Universiteit and has published numerous articles and books on inter alia philosophy and ethics of economy, political philosophy, metaphysics and philosophy of religion. |
Op woensdag 23 januari zal Prof Bons capita selecta behandelen uit Isocrates' werk met betrekking tot de fundamenten van de moraal. ![]() |
Op woensdag 12 december van 19.15 tot 21.15 spreekt Prof. J.A.E. Bons over Aristoteles' Retorica. Dit zal de achtste bijeenkomst zijn in het kader van de 'Fundamenten voor kennis en moraal' serie. |
In de zevende lezing uit de serie 'Fundamenten voor kennis en moraal' wil Prof J. Bons ingaan op de geluksethiek zoals gepresenteerd door Aristoteles in zijn Ethica Nicomachea. Info is te verkrijgen via e-mail bij This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it , tel 020 616 58 46. Geïnteresseerden kunnen zich daar tevens aanmelden. Een digitale versie van de Ethica is te raadplegen op http://classics.mit.edu/Aristotle/nicomachaen.1.i.html De Ethica Nicomachea is een van de meest toegankelijke teksten van Aristoteles. Het is ook een belangrijk werk, want het is de eerste systematische uiteenzetting over ethiek in de westerse wijsbegeerte. Bovendien staat het werk aan de oorsprong van een bepaalde wijsgerige reflectie, de zogenaamde 'geluksethiek'. De Ethica is geschreven voor de volwassen politieke burger met levenservaring, die goede vorming behoeft om juiste wetten voor de gemeenschap te ontwerpen. Om goede wetten te maken dient men de structuur van de ziel te kennen, te weten hoe men een voortreffelijk karakter verwerft, en inzicht te hebben in de verschillende types van rechtvaardigheid. Met deze vaardigheden is de politicus in staat wetten te maken die het geluk van de burgers kunnen bevorderen. De Ethica is hierom te beschouwen als een handleiding voor toekomstige wetgevers en politici. Prof. Dr. Jeroen A.E. Bons (1960) is classicus en hoogleraar Geschiedenis van de retorica aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1994 is hij ook verbonden aan de Universiteit Utrecht. Behalve universitair docent literatuurwetenschap is hij daar Fellow aan het University College. |
Info en reader zijn te verkrijgen via e-mail bij This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it , tel 020 616 58 46. Geïnteresseerden kunnen zich daar tevens aanmelden.
|
Prof J.A.E. Bons (hoogleraar Retorica, UvA) vervolgt zijn lezingenserie 'Fundamenten voor kennis en moraal' die hij in 2007 is begonnen. Op woensdag 19 september 2007 van 19.15u-21.15u zal hij spreken over Pericles' Grafrede van Thucydides. De avond wordt afgesloten met een informele borrel. |
Inzichten van de Klassieke Oudheid voor de wereld van nu. Inleiding De geschiedenis is in vele opzichten "de meesteres van de toekomst". Niet alleen onze ontwikkeling tot volwassen mens heeft plaatsgehad bij gratie van onze voorouders, maar ook de wetenschap, filosofie, godsdienst en ethiek hebben we grotendeels aan het verleden te danken. De geschiedenis wordt bepaald door de handelingen van mensen uit vrije wil. Omdat deze vrije wil niet altijd goedschiks wordt gebruikt, kunnen we in de menselijke geschiedenis periodes van succes en falen waarnemen. Het is belangrijk deze periodes te bestuderen, om erachter te komen welke gedachten er toen heersten en waartoe dit heeft geleid. We willen namelijk niet telkens opnieuw het wiel uitvinden, noch ons telkens als een ezel stoten. Sinds de Verlichting, en nog sterker sinds het Postmodernisme, is een duidelijke breuk met de geschiedenis te constateren. Deze stromingen verfoeien de ideeën van onze voorouders, in plaats van er lering uit te trekken. In de beste gevallen wordt het verleden gezien als een gepasseerd station, vaker echter worden oude ideeën in hedendaagse discussies afgeschilderd als slecht en achterhaald, en nog vaker worden ze geheel genegeerd alsof ze nooit hebben bestaan. Prof. J. A. E. Bons, classicus en hoogleraar Geschiedenis van de Retorica aan de Universiteit van Amsterdam, zal een reeks filosofieavonden leiden over de inzichten van de Klassieke Oudheid voor de wereld van nu. Het doel van deze ontmoetingen is studenten en jonge beroepsmensen inzichten te bieden in wat de klassieke denkers over God, mens, metafysica en de maatschappij (politiek, rechten en plichten, oorlog, vriendschap, liefde) aan ons hebben nagelaten. Zij hebben immers de basis gelegd voor de Westerse beschaving, en hun ideeën zijn nog steeds relevant om onszelf en de samenleving te verbeteren. Naast lectuur en inleiding zal er ruimte voor discussie zijn. Programma Eens per maand zal op woensdagavond een bijeenkomst plaatsvinden. Het programma van een dergelijke bijeenkomst ziet er telkens als volgt uit: 19.00 Aankomst en koffie Gedurende iedere sessie wordt één klassieke denker besproken, van wie telkens één werk centraal zal staan. Gezien enkele boeken van dit oeuvre vrij omvangrijk zijn en niet verwacht kan worden dat iedereen alles zal lezen, zullen geselecteerde teksten ter beschikking worden gesteld ter introductie. De toegang is vrij. De eerste sessies zijn geprogrammeerd op:
In september zullen de data worden aangekondigd waarop de overige sessies plaatsvinden. De inleidende lezing plaatst elke auteur tegen diens historische en culturele achtergrond en voorziet de deelnemers van een overzicht van diens ideeën en belangrijke werken. Onderwerpen als de menselijke natuur, God, vrije wil en determinisme, grootsheid van persoonlijkheid, verdienste en deugd, ratio en emotie, succes en geluk, tragiek van de oorlog, vriendschap en liefde, recht en onrecht zullen aan de orde komen. Onderwerpen
|
Conferentieoord Zonnewende, Moergestel, 10-12 november 2006 De Moderne Mens kenmerkt zichzelf graag als een vrij, redelijk, autonoom en uniek individu, die door overheid en medemens in staat moet worden gesteld zichzelf ten volle en naar eigen inzichten te ontplooien en te verwezenlijken. Waarden als zelfbeschikking, vrijheid en uniciteit worden in dit mensbeeld als het hoogste goed beschouwd. "Bronnen van beschaving" "Vormingsidealen in de klassieke oudheid" "De relatie tussen waarden en normen" |