Home Archief
Zoeken

Bronnen van de klassieke traditie: Lezing Prof. dr Bons

“Great Books” en hun herkomst

Lezing door Prof. dr J.A.E. Bons in Studentenhuis Leidenhoven op 24 maart 2010.
Dit was de tweede voordracht van de lezingencyclus: De idee Europa. Wortels, stam en vertakkingen van een cultuurideaal

Hebben we het over de “great books” dan valt meteen de sterke vertegenwoordiging op van werken uit de klassieke oudheid. Men kan zich afvragen hoe het mogelijk is dat deze werken tot op de dag van vandaag nog steeds te lezen zijn. Hoewel van alle oorspronkelijke werken uit de oudheid naar schatting amper 10 procent bewaard is gebleven, is het niettemin een klein wonder te noemen dat ons nog zo’n belangrijk aandeel ter beschikking staat. Tijdens deze bijeenkomst wil ik een licht werpen op de geschiedenis van deze overlevering en hoe het is gekomen dat hetgeen is overgeleverd over het algemeen juist die werken zijn die door de Grieken het meest gewaardeerd werden.

Afbeelding 1

De auteur die in de oudheid zonder enige twijfel het meest gelezen en geprezen werd is Homerus. Daarvan getuigd bijvoorbeeld het beeld van Archelaos (2e of 1e eeuw v.Chr.) waarin de apotheosis, ofwel de vergoddelijking van Homerus wordt afgebeeld. (afbeelding 1) We zien op dit beeld Homerus rechtsonder zittend afgebeeld met een grote scepter in zijn linkerhand, net als de oppergod Zeus (geheel bovenaan) met een grote scepter, zittend; de gelijkenis is niet toevallig: Homerus werd door de latere Grieken van de Hellenistische periode tot de goden gerekend. De interpretatie van het geheel is duidelijk; Homerus is de bron van alle kennis, van alle wetenschappen, en tevens het begin van alle literatuur en grote inspiratiebron voor alle volgende literatuur; een tekst waarmee je de volwassenheid kunt bereiken, ook de geestelijke volwassenheid. Wat hier dus wordt afgebeeld is het idee van de “great books”; Homerus is de bron van vorming en opvoeding, wat gepaard gaat met kennisneming van de traditie.

Op afbeelding 2 is te zien hoe de tekst van Homerus aan ons is overgeleverd. We kijken nu naar (misschien wel) het beroemdste manuscript dat we hebben van Homerus: de zogenaamde codex venetis A (oorspronkelijk uit een bibliotheek van Venetië). De vetgeschreven letters zijn de daadwerkelijke tekst; dit fragment geeft de eerste pagina van de Ilias weer. Wat onmiddellijk opvalt is dat er nog veel meer staat geschreven; om de tekst heen, tussen de regels door, in de kantlijn, tekentjes in de marge, enzovoorts. Dit manuscript is het resultaat van een eeuwenoude traditie van Homerus-uitgaven, die teruggaan tot de Alexandrijnse periode. (va. ~380 v.Chr.) De tekst van Homerus was dermate belangrijk dat deze niet alleen op alle niveaus van het onderwijs gebruikt werd, maar ook voor de wetenschappen. In de bibliotheek van Alexandrië kwamen allerlei handschriften van Homerus samen en de verschillende manuscripten bleken niet altijd met elkaar in overeenstemming te zijn. De vraag was vanaf die tijd: ‘hoe zag de oorspronkelijke tekst van Homerus er uit?’ Deze vraag heeft geleid tot het ontstaan van een enorme wetenschap; er ontstond een lange traditie van Homerusgeleerden door de oudheid heen, die allemaal op punten van mening verschilden over hoe de verschillende manuscripten geïnterpreteerd moesten worden. Men ging kleine opmerkingen maken bij de tekst; de verschillen met andere handschriften vergelijken; interpretaties voor de verschillen aandragen, en elke geleerde gaf weer commentaar op het commentaar van zijn voorganger, enzovoort. Zo ontstaat er dus een soort verwijzingssysteem, een complex aan kanttekeningen, welke uiteindelijk dus nog veel groter zou worden dan de oorspronkelijke tekst zélf. Uit die opmerkingen zijn we enorm veel te weten gekomen over de vorm van het hoger onderwijs in de oudheid, omdat men deze annotaties in zekere zin als het resultaat daarvan kan zien.

Waarom is dit zo ingewikkeld geworden met Homerus in de oudheid? Onder andere: De schriftdrager, papyrus, een plantaardige schriftdrager; het werd gemaakt van de stengels van de papyrusplant. Papyrus groeide in Egypte, en ook alleen in Egypte. Een aantal in lange repen gesneden papyrusstengels werden als een weefwerk op elkaar gelegd, en terwijl ze nog nat waren samengedrukt. Het kleverige plantensap fungeerde als bindmiddel. Papyrusvellen werden gebruikt om op te schrijven en de tekst werd bewaard als boekrol. Later werd het gebruikelijk om vellen van de rollen te snijden en samen te voegen - hier komt de moderne boekvorm, codex genaamd, uit voort. In een droog klimaat zoals dat van Egypte is papyrus goed te bewaren. In een klimaat met een hoge luchtvochtigheid, zoals het natte Europa, gaat het schimmelen, waardoor hier bijna alle papyrus uit vroegere tijden is vergaan. Ook in de oudheid betekende deze vergankelijkheid van de papyrusrollen dat de teksten ongeveer elke twintig jaar herschreven moesten worden, wat verklaart hoe er uiteindelijk zoveel verschillende versies ontstonden die telkens licht afweken van de originele tekst. Deze verschillen werden in de loop der eeuwen op deze manier telkens groter en er ontstonden tenslotte verschillende interpretaties van hoe de oorspronkelijke tekst er uit heeft moeten zien.

In Alexandrië bestond sinds ongeveer 380 v.Chr. een grote bibliotheek die men wel de eerste professionele bibliotheek uit de oudheid kan noemen. Hiermee werd Alexandrië een waar centrum van wetenschap. Ook astronomische, geografische, historische en wiskundige werken boeken werden er verzameld. Helaas is van deze bibliotheek helemaal niets meer over. Toch heeft zij een zeer belangrijke rol gespeeld voor de overlevering en ordening van de toen bestaande literatuur en diende ze lange tijd als voorbeeld voor de bouw van nieuwe bibliotheken.

Er werd in Alexandrië een begin gemaakt met het ordenen van alle bekende boeken. Deze werden niet alfabetisch ingedeeld, maar in genres. Per genre werden de belangrijkste auteurs aangewezen, en van elke auteur diens belangrijkste werken. Deze belangrijkste auteurs zijn ook de school-auteurs geworden. Dat heeft betekend dat juist deze auteurs, en juist deze werken, steeds zijn overgeschreven. De Alexandrijnse bibliotheek is de eerste ‘flessenhals’ waardoor alle werken in de oudheid gegaan zijn, en dat heeft de selectie van “great books” in hoge mate bepaald. Belangrijk is dat men in de oudheid dus al een duidelijk onderscheid maakte tussen werken van de eerste en tweede orde. Zo was er een genre van de ‘avonturenroman’, dat vergeleken kan worden met tegenwoordige lectuur, met steeds een variatie op een zelfde thema, met piraten, avonturen, omzwervingen; doch telkens over twee geliefden die elkaar trouw bleven ondanks vele beproevingen. Dit genre werd door de Alexandrijnse censoren duidelijk tot een lagere orde gerekend. Dat men in de oudheid al een begin heeft gemaakt met literatuurkritiek wordt ook duidelijk als we denken aan traktaten zoals bijvoorbeeld Aristoteles’ Poëtica en Longinus’ Over het sublieme.

Een tweede ‘flessenhals’ waardoor de overleveringen uit de oudheid passeerden en die de inhoud en omvang van de “great books” heeft bepaald kwam te ontstaan met de vorming van de christelijke kerk. Voor de vroege christelijke geleerden was het aanvankelijk een groot twistpunt wat men met de overgeleverde pagane traditie moest aanvangen. Er waren zelfs radicale voorstellen om al deze boeken te verbranden. Uiteindelijk is men tot de overeenstemming gekomen de boeken te bewaren. Vanaf dat moment werd de pagane traditie beschouwd als een noodzakelijke voorbereiding voor een juist begrip van de openbaring, omdat Christus volgens deze zienswijze uit de pagane traditie is voortgekomen, en er dus geen sprake kan zijn van een radicale breuk. Voor de verdere geschiedenis van het Christendom en de hele westerse beschaving is dit besluit van een onschatbare waarde geweest, zoals onder meer in de Renaissance zal blijken, waar de herontdekking van het klassieke gedachtegoed een nieuwe impuls tot wetenschap zal geven en in belangrijke mate de verdere ontwikkeling van de Europese cultuur zal gaan bepalen.

Overigens werden niet alle werken uit het pagane verleden door de Christelijke geleerden waardig bevonden ter overlevering; een groot deel van met name lyrische poëzie werd vanaf die tijd niet meer gekopieerd. Wat ons daarvan nu bekend is, zijn reconstructies op basis van fragmenten uit archeologische vondsten.

Een aantal vroegchristelijke geleerden stelde zich tot taak de klassieke werken van de pagane traditie over te schrijven en ter behoud veilig te stellen. Een heel belangrijke pionier op dat gebied was de monnik Cassiodorus (485-585), die het klooster Vivarium oprichtte na zijn pensioen als Romeins staatsman. Hier wijdde hij zich aan een studie van zowel Christelijke als pagane teksten. Met name de Benedictijnse monniken diende hij hiermee als voorbeeld en de traditie om teksten uit de klassieke oudheid te verzamelen en te kopiëren werden door hen de komende eeuwen voortgezet. De Benedictijnen zijn uiteindelijk misschien wel de belangrijkste redders geweest van de pagane auteurs. Niet zozeer omdat ze deze teksten daadwerkelijk bestudeerden (enkelen waren de Griekse taal niet eens machtig), maar wel omdat zij het als hun plicht beschouwden, ter ere van God, om die pagane traditie, voorzover nog beschikbaar, door te geven. Aldus werden die teksten in de Benedictijnse kloosters ook telkens gekopieerd, en wel met de hand.

Ten tijde van de renaissance ontstond er opnieuw belangstelling voor de werken uit de Oudheid. De bewondering en navolging van de antieke cultuur is wellicht het meest in het oog springende kenmerk van deze periode. Voor de Humanisten uit de vijftiende eeuw bezaten de overgeleverde werken uit de Oudheid een intrinsieke waarde die een serieuze studie rechtvaardigde. De Oudheid werd nu bestudeerd omwille van de Oudheid zélf. De Humanisten verzamelden zoveel mogelijk werken uit de kloosters en zagen zich als ‘redders’ van de antieke traditie. De belangstelling voor de Oudheid gaat er ook toe leiden dat men de materiële resten van de Oudheid gaat opzoeken. Want tot die tijd lagen die overal, onder de grond, en werd er geen aandacht aan gegeven. Sterker nog, het Colloseum bijvoorbeeld werd zo nu en dan zelfs als steengroeve gebruikt.

Dankzij de middeleeuwse bibliotheken, en vervolgens dankzij de humanistische nieuwsgierigheid, bereiken we uiteindelijk het punt dat de antieke teksten definitief ‘gered’ zijn met de komst van de boekdrukkunst. Werden deze teksten tot dan toe altijd in handgeschreven vorm doorgegeven, vanaf omstreeks 1440 verschenen de eerste gedrukte edities. Al snel werd de verspreiding van de “great books” uit de Oudheid zo wijdverbreid dat het gevaar van hun voortbestaan voorgoed tot het verleden behoorde.

Previous Next
Wie bevrijdt de psychologie uit de greep van de biologie? Wie bevrijdt de psychologie uit de greep van de biologie?   Voor een overzicht van de hele cyclus, klik hier. Verder Lezen
Geloof en wetenschap: Conflict of Combinatie? Geloof en wetenschap: Conflict of Combinatie? Conferentieoord Zonnewende, Moergestel, 28-30 oktober 2005 Dit themaweekend beoogt studenten en jonge beroeps de gelegenheid te geven na te denken over problemen op het grensvlak tussen wetenschap en geloof.   Verder Lezen
Het Wereldbeeld-lezing: Big History and the Future of Humanity Het Wereldbeeld-lezing: Big History and the Future of Humanity Lecture by Fred Spier, senior lecturer (UHD) at the University of Amsterdam and author of Big History and the Future of Humanity (Wiley-Blackwell, 2010). Fred Spier has done pioneering work in the field of big history. He teaches ... Verder Lezen
Het lichaam-ziel dualisme bij Plato Het lichaam-ziel dualisme bij Plato Prof. dr. Rudi te Velde (UvA) Er wordt vaak gesproken van het mind-body probleem. Het probleem is dan gelegen in de vraag naar hun eenheid: de mens is immers niet louter de optelsom van mind en body. Plato ziet echter goede red... Verder Lezen
Byzantium en de Slavische Traditie Byzantium en de Slavische Traditie Lezingencyclus “De idee Europa. Wortels, stam en vertakkingen van een cultuurideaal”:                                                                                                                 Dinsdag 14 juni, 19.10 uu door ... Verder Lezen
Black Hole Horizons: The Gravity of Paradigms Black Hole Horizons: The Gravity of Paradigms Lezing door Sebastian de Haro: Black Hole Horizons: The Gravity of Paradigms   Verder Lezen
Koffiegesprekken Christendom & Recht Koffiegesprekken Christendom & Recht   De rechtsstaat is niet uit de lucht komen vallen. Hij heeft een lange ontstaansgeschiedenis, waarin het Christendom een fundamentele rol heeft gespeeld. Verder Lezen
Europa Lezing Europa Lezing De identiteit van Europa en het ontstaan van de moderne wetenschap door Prof. dr A. Driessen Voor de presentatie: klik hier. De (natuur)wetenschap heeft de laatste eeuwen een grote vlucht genomen. De succesvolle toepassingen va... Verder Lezen
Leesclub gaat van Start Leesclub gaat van Start De Ethica van Aristoteles bevat de eerste systematische uiteenzetting over ethiek in de westerse wijsbegeerte en heeft in de ontwikkeling hiervan een grote invloed (gehad).             Verder Lezen
Bronnen van de klassieke traditie: Lezing Prof. dr Bons Bronnen van de klassieke traditie: Lezing Prof. dr Bons “Great Books” en hun herkomst Lezing door Prof. dr J.A.E. Bons in Studentenhuis Leidenhoven op 24 maart 2010. Dit was de tweede voordracht van de lezingencyclus: De idee Europa. Wortels, stam en vertakkingen van een cultuuri... Verder Lezen
De Regeneratieve Kracht van de Vriendschap: Lezing Eli Stok De Regeneratieve Kracht van de Vriendschap: Lezing Eli Stok Vriendschap in H. Augustinus en Wordsworth een lezing gegeven door Eli Stok aan de inwoners van studentenhuis Leidenhoven op 17 april 2010   Verder Lezen
Ideeën die het Nederland van nu bewegen Ideeën die het Nederland van nu bewegen Conferentieoord Zonnewende, Moergestel, 2-4 maart 2007 Een maatschappij wordt opgebouwd door verschillende individuen. Een complexe maatschappij, waarin een groot aantal individuen en instellingen hun plaats moeten vinden in onde... Verder Lezen